Tandheelkundige zorg in Papendrecht

10 maart

Erik Juch draagt zijn praktijk over aan Tran Nguyen. Wat zijn hun drijfveren? Wat is hun passie? En waarom zijn ze tandarts?

Mens
Erik: ‘Toen ik op de middelbare school zat, had ik nog geen flauw idee wat ik wilde worden. Mijn vader was huisarts. Dat niet, dacht ik. Een huisarts werkte toen 24/7 en dat leek me niets. Maar wat dan? Weet je wat, ik begin gewoon met tandheelkunde. En dat lukte. En als het lukt, dan ga je het vanzelf leuk vinden. Want wat is er nou leuk aan om altijd maar in die kiezen te boren? Daar is geen klap aan. Het is dus iets anders. En dat moet je koesteren. Dat is de mens, dat is doelen stellen voor jezelf of samen met je patiënt. Je moet er iets van maken. Als je alleen maar omzet wilt te draaien, dan hou je het niet vol. Maar ik weet niet of ik iets anders had willen doen. Soms als ik aan het werk ben, denk ik wel eens: goh, was ik reisagent geworden, dat was ook wel leuk geweest. Zoiets denk je allemaal wel eens. Maar echt concreet is het nooit geworden. En jij Tran, wilde jij altijd tandarts worden?’ 

Handen
Tran: ‘Nee, ik had ook niet direct een concreet beeld. Het leek me leuk om wiskunde of geschiedenis te gaan studeren. Of rechten. Ik vond veel dingen leuk. En waarom het dan toch tandheelkunde is geworden? Ik was goed in bètavakken en vond dat ook leuk. En daarnaast wilde ik graag iets met mijn handen gaan doen. Zo is het eigenlijk gekomen.’

Vijverpark
En zo is het inderdaad gekomen dat Tran de tandartspraktijk van Erik, die sinds 1 januari 2021 tandartspraktijk Vijverpark heet, overneemt. Een praktijk met om en nabij 4000 patiënten, maar daar gaat het volgens Erik niet om. ‘Je moet er geen getallen aan plakken. Het belangrijkste is dat je lekker werkt. Of het nou 3000 patiënten zijn of 2600, dat doet er niet toe. Het is ook niet mijn ervaring dat je als tandarts concurreert met andere tandartsen. Toen ik hier begon, waren er vier paktijken. En dat zijn er nu veel meer. En dan zou je kunnen denken bij elke praktijk die erbij komt: o, daar gaan mijn patiënten. Maar zo werkt dat niet, het is geen echte concurrentie.’ Tran: ‘Je hebt je vaste patiënten. Die gaan niet heen en weer shoppen; van tandarts naar tandarts. Een tandarts is heel persoonlijk. En mensen laten zich niet weglokken.’ ‘Maar wil iemand weg omdat hij of zij geen goed gevoel bij je heeft’, aldus Erik, ‘dan moet je gewoon kunnen gaan naar de tandarts die je vertrouwt. En als ik dat niet ben, dan vind ik dat jammer, maar ik begrijp het wel. Maar dat gebeurt eigenlijk zelden. Je moet je grenzen aangeven en kunt het ook niet iedereen naar de zin maken.’

Allround
Erik: ‘Onze specialiteit is dat we niet gespecialiseerd zijn, maar er voor iedereen zijn. We zijn allround en hebben in feite alle mogelijkheden in huis. Maar, zo nodig, sturen we mensen door naar een vertrouwd verwijsadres waar ze terechtkunnen. Ik probeer sowieso de associatie met negativiteit zo veel mogelijk te vermijden. Dus geen posters met gebitten met gaatjes. Met als gedachte: je moet beter poetsen.’ Tran: ‘Je probeert natuurlijk mensen gerust te stellen, al doe je dat niet bewust. Meestal is het genoeg om zélf rustig te zijn.’ ‘Ja’, vult Erik aan, ‘dat straal je uit. Soms gaat het wel eens concreet. Dan is er vaak een concreet probleem. Mensen krijgen zelf het gaspedaal en zij bepalen of er gas gegeven moet worden of niet. Of ik door moet gaan of niet. Dat scheelt enorm. En dat moet je dan ook echt doen, natuurlijk. Je spreekt iets af en daar hou je je aan. Sowieso boor ik maar drie seconden. Nooit langer, ook al gaat het goed. Dat is gewoon algemeen menselijk. Je moet niet doorgaan totdat mensen het irritant gaan vinden.’ 

Zorg voor continuïteit
‘En natuurlijk ook niet tot je het zélf niet meer leuk vindt. Ik ben nu 64. En dan ga je nadenken. Je moet een keer afronden. Twee jaar geleden ging ik me daarover beraden. Het punt is dat je in Nederland vaak ziet dat praktijken niet verkocht worden. Dat er geen opvolger is. Dat die praktijken gewoon sluiten of opgekocht worden door ketens. Dat eerste is natuurlijk sowieso niet zo handig, dat tweede ook niet. Misschien financieel wel, maar dan gaat het alleen om het rendement en het moet juist gaan om zorg. Dus ging ik op zoek naar iemand die daar een beetje hetzelfde in staat. En daar is, in mijn geval, Tran uitgekomen. Ik heb mijn praktijk aangeboden op de site van onze club, KNMT: de beroepsorganisatie van tandartsen, orthodontisten en kaakchirurgen in Nederland. En dan krijg je een stortvloed aan reacties, die je moet filteren. Want er zaten ook minder serieuze reacties bij. Er zat er bijvoorbeeld een bij uit Dokkum. En dan denk ik, waarom heb jíj belangstelling voor mijn praktijk?’

Modern
‘Maar’, zo vervolgt Erik, ‘ik heb wel altijd bewust geprobeerd mijn praktijk modern te houden. Je moet blijven vernieuwen, zorgen dat je apparatuur goed is, je aan de hygiëneregels houden, noem maar op. Het moet natuurlijk wel leuk zijn om deze praktijk over te nemen. Geen oude zooi dus, maar passend bij je doelgroep. Je kunt het namelijk ook overdreven luxe maken, maar dan stoot je die van je af, denk ik.’

Gevoel
Wat het overnemen van een praktijk betreft, was Tran al een tijdje op zoek en hierover aan het nadenken. ‘Ja, eigenkijk al een paar jaar. En ik heb ook een aantal praktijken gezien. Maar uiteindelijk stapte ik hier binnen en had er direct een goed gevoel bij.’ Erik: ‘Ja, omdat je ook in andere praktijken hebt gewerkt en ook meerdere kanten van de medaille hebt gezien, ben ik blij dat ik er positief uit ben gesprongen. Zolang ik fit ben, blijf ik hier ook een beetje werken. Als mens zijn we heel verschillend en dat geeft helemaal niet. Je kunt van elkaar leren en dat doen we over en weer. Als ik zie hoe Tran de nieuwe generatie patiënten behandelt, dan denk ik dat ik me een beetje kan aanpassen. En anderzijds geloof ik dat ik kan bijdragen aan het ondernemen van de praktijk. Hoe ík het gedaan heb en welke dingen ík belangrijk vond. Niet uit bemoeizucht maar uit betrokkenheid; bij Tran, de assistentes en de patiënten.’

Informeren
Maar toen kwam het moment dat Erik zijn ‘afscheid’ wereldkundig moest maken. ‘Ja, op een gegeven ogenblik dachten we: hoe gaan we dat vormgeven? Ik vond het belangrijk om iedereen goed te informeren. De patiënten, collega’s, artsen, iedereen met wie je een relatie hebt. Gewoon, omdat mensen het recht hebben om geïnformeerd te zijn. Dat hebben we ook gedaan en dat heeft goed gewerkt. Maar dat was wél een hele toer. Ouderwets brieven vouwen. Stapels brieven, met daarin vermeld de namen van alle praktijkmedewerkers. Dat laatste vond ik erg belangrijk. Ik heb het niet alléén gedaan, maar met heel mijn team. Tandheelkundig medewerkers, assistentes, iedereen is van belang. Het is nu jammer dat de kennismakingsronde, in verband met corona, niet door kan gaan. Dus dat moet nog gebeuren, net als het feestje. Een praktijkfeestje voor de assistentes; als aandenken. Maar dat zit nog in het vat.’

Zelfstandig ondernemer
Erik: ‘Ik kan me zo goed voorstellen wat het is om een praktijk over te nemen als je zo jong bent als Tran. Dat is nogal wat, dat heb ik me gerealiseerd. Na veertig jaar als tandarts gewerkt te hebben, weet ik waarover het gaat en hoe het werkt. En ik heb daar mijn ontspanning in gevonden. Die moet je zien te vinden en heb je niet zomaar. In het begin denk je: dit moet geregeld, dat moet geregeld en daar heb je een vraag waar ik niet direct het antwoord op weet. Eigenlijk ben je gewoon zoekende. En dan komen de patiënten en dat wil je het natuurlijk goed doen. Je ziet en voelt je kwetsbaarheid. Als er nou maar geen assistentes ziek worden. Dat speelt allemaal door je hoofd. Ik kan me best wel voorstellen dat dat spannend is. Ik weet wel, uiteindelijk ga je die ontspanning ontdekken. We hebben het grote voordeel in ons beroep dat als je werkt, je het goed hebt. Je bent zelfstandig ondernemer, eigen baas. Dat is heerlijk. Ook nu ik aan het afbouwen ben, doe ik dat op mijn eigen manier. Niemand die tegen me zegt wat ik moet doen.’ 

Burgemeester
Maar stel dat Erik dat afbouwen nog even uitstelt en als burgemeester van Papendrecht de lijnen mag uitzetten? ‘Dan besteed ik meer aandacht aan cultuur. Ik vind dat Papendrecht cultureel wel een paar stapjes mag zetten. We missen een stukje cultuur in brede zin. Ook cultuur waar ik persoonlijk niet van houd, maar die er wél zou moeten zijn. Er mag best wel wat meer variatie in culturele voorzieningen zijn en daar mag ook meer geld naartoe. Geef mensen de ruimte en laat ze creatief zijn.’ 

Tot slot
Tran: ‘Ik hoop lang te blijven werken in deze praktijk. Dat ik het naar mijn zin heb en dat alle patiënten zich hier thuis blijven voelen. Erik: ‘Ik praat vaak veel en Tran doet dat wat minder, maar onze bescheidenheid richting patiënten is hetzelfde.’ 

Als mens verschillend dus, maar qua zorg naar de patiënten hetzelfde. En zolang Erik in de praktijk van Tran blijft werken, leren ze van elkaar. Erik van de nieuwe patiëntenbehandeling van Tran, en Tran van de veertigjarige praktijkervaring van Erik. Hoe hij de praktijk heeft geleid en welke dingen hij daarbij belangrijk vond. Een win-winsituatie dus, waar de patiënten hun voordeel mee doen.